Kosten productontwikkeling: de duurste keuzes worden aan het begin gemaakt

Wanneer bedrijven nadenken over de kosten van productontwikkeling, gaat de aandacht vaak uit naar engineeringuren, prototypes of de investering die nodig is om een idee verder uit te werken. Dat is begrijpelijk. Ontwikkelkosten zijn zichtbaar, staan op een offerte en vormen vaak het eerste onderwerp van gesprek.

Leestijd: 10 minuten

Neem contact met ons op:

  • Thijs Feenstra

    Rogier Hille

  • De kosten van productontwikkeling worden niet alleen bepaald door engineeringuren of prototypes, maar vooral door de ontwerpkeuzes die vroeg in het proces worden gemaakt.
  • Algemene prijsranges geven slechts een beperkte indicatie, omdat complexiteit, volumes, materiaalkeuze, toleranties, certificering en productieaanpak sterk per product verschillen.
  • Goedkoop starten kan later duur uitpakken wanneer maakbaarheid, assemblage, materiaalgedrag en schaalbaarheid onvoldoende vroeg worden meegenomen.
  • Door DFM, slimme materiaalkeuzes, prototyping en vroege validatie kunnen ontwikkelkosten én productiekosten beter beheersbaar blijven.

Toch vertellen ontwikkelkosten slechts een deel van het verhaal. De werkelijke kosten van een product worden namelijk niet alleen bepaald door het aantal uren dat engineers besteden aan een ontwerp, maar vooral door de keuzes die tijdens het ontwikkelproces worden gemaakt. Een materiaal dat moeilijk te verwerken is, een onderdeel dat onnodig complex blijkt of een behuizing die veel assemblagetijd vraagt, kan jarenlang invloed hebben op de kostprijs van een product.

Juist daarom wordt vaak gezegd dat een groot deel van de uiteindelijke productkosten al tijdens de ontwerpfase wordt vastgelegd. Niet omdat het product dan al geproduceerd is, maar omdat de belangrijkste keuzes op dat moment worden genomen. Wie alleen naar de ontwikkelkosten kijkt, loopt daardoor het risico de totale kosten van het product uit het oog te verliezen.

Wat kost productontwikkeling gemiddeld?

Op de vraag wat productontwikkeling kost, bestaat geen eenvoudig antwoord. De verschillen tussen projecten zijn daarvoor te groot. Een relatief eenvoudige kunststof behuizing vraagt om een andere investering dan een medisch hulpmiddel, een consumentenproduct met elektronica of een complex product waarin mechanica, software en elektronica samenkomen.

Online worden regelmatig algemene prijsranges genoemd. Afhankelijk van de complexiteit lopen de kosten uiteen van enkele duizenden euro’s voor een eenvoudige ontwerpopdracht tot meer dan honderdduizend euro voor complete productontwikkeling inclusief engineering, prototyping, validatie en voorbereiding op productie. Zulke bedragen kunnen helpen om een eerste gevoel te krijgen bij de orde van grootte, maar ze zeggen weinig over de uiteindelijke investering die nodig is om een product succesvol naar productie te brengen.

Twee projecten met hetzelfde ontwikkelbudget kunnen namelijk totaal verschillende resultaten opleveren. Het verschil zit niet alleen in de hoeveelheid engineering die wordt uitgevoerd, maar vooral in de kwaliteit van de keuzes die tijdens dat proces worden gemaakt. Een goed onderbouwd ontwerp kan in de ontwikkelfase meer aandacht vragen, maar later juist zorgen voor lagere productiekosten, minder faalkosten en een kortere route naar opschaling.

Waarom algemene prijsranges weinig zeggen productontwikkeling

Veel organisaties beginnen hun zoektocht met de vraag wat productontwikkeling kost. Dat is een logisch vertrekpunt, maar tegelijkertijd een vraag die moeilijk te beantwoorden is zonder context. De uiteindelijke kosten worden beïnvloed door tientallen factoren, waaronder productcomplexiteit, gewenste volumes, materiaalkeuze, toleranties, certificeringseisen, assemblage, testmethoden en de manier waarop het product uiteindelijk geproduceerd moet worden.

Een product dat in een kleine serie wordt geproduceerd, vraagt om andere keuzes dan een product waarvan jaarlijks honderdduizenden exemplaren nodig zijn. In het eerste geval kan flexibiliteit belangrijker zijn dan maximale automatisering. In het tweede geval kan een kleine optimalisatie in materiaalgebruik, cyclustijd of assemblage grote financiële impact hebben over de volledige levensduur van het product.

Daarom is een lage offerte voor productontwikkeling niet automatisch de voordeligste keuze. Wanneer belangrijke technische vraagstukken pas later in het traject worden opgelost, verschuiven de kosten naar een fase waarin aanpassingen vaak veel duurder zijn. Een ontwerpwijziging in de conceptfase is relatief eenvoudig. Een wijziging nadat tooling is besteld, prototypes zijn gevalideerd of productiepartners zijn geselecteerd, heeft vaak veel grotere gevolgen.

De grootste kostenpost is niet het ontwerp, maar onzekerheid

Veel bedrijven proberen de ontwikkelkosten zo laag mogelijk te houden. Dat lijkt logisch, zeker wanneer budgetten onder druk staan of wanneer nog niet duidelijk is of een product commercieel succesvol wordt. Toch ontstaat de grootste kostenpost binnen productontwikkeling vaak niet door engineering zelf, maar door onzekerheid die te lang in het proces blijft bestaan.

Onzekerheid over de maakbaarheid van een ontwerp, het gedrag van materialen, toleranties, assemblage of prestaties in de praktijk leidt er regelmatig toe dat problemen pas laat zichtbaar worden. Bijvoorbeeld tijdens de pilotfase, bij de eerste productierun of zelfs na marktintroductie. Juist op dat moment zijn wijzigingen aanzienlijk duurder dan wanneer dezelfde keuzes eerder waren onderzocht en gevalideerd.

Daarom investeren ervaren productontwikkelaars relatief veel aandacht in de eerste fases van een project. Niet om het ontwikkeltraject onnodig lang te maken, maar om risico’s vroeg zichtbaar te krijgen. Een extra iteratie in de engineeringfase kan veel kostbaarder werk later voorkomen. Hetzelfde geldt voor een prototype dat niet alleen laat zien hoe een product eruitziet, maar ook test of het technisch, functioneel en productietechnisch klopt.

Waar bestaan productontwikkelingskosten uit?

Hoewel ieder project anders is, bestaat productontwikkeling meestal uit een aantal terugkerende onderdelen. De eerste fase draait om het scherp krijgen van de producteisen. Welke functie moet het product vervullen? Wie gaat het gebruiken? Onder welke omstandigheden moet het presteren? Welke technische, commerciële en wettelijke randvoorwaarden zijn van belang?

Daarna volgt de conceptontwikkeling. In deze fase worden verschillende oplossingsrichtingen onderzocht en afgewogen. Niet elk concept dat technisch mogelijk is, is ook verstandig om te produceren. Daarom worden in deze fase vaak al keuzes gemaakt die later bepalend zijn voor materiaalgebruik, assemblage, kostprijs en schaalbaarheid.

Vervolgens wordt het ontwerp technisch uitgewerkt. Materialen worden geselecteerd, toleranties bepaald, onderdelen geconstrueerd en berekeningen uitgevoerd om de prestaties van het product te onderbouwen. In deze fase wordt vaak duidelijk of een product eenvoudig te produceren is of dat het ontwerp onnodige complexiteit bevat.

Na de engineering volgt meestal een prototypefase. Hier wordt zichtbaar of het ontwerp zich in de praktijk gedraagt zoals verwacht. Functionele tests leveren bijna altijd nieuwe inzichten op. Soms gaat het om kleine optimalisaties, soms om keuzes die opnieuw bekeken moeten worden. Daarna volgen validatie, voorbereiding van tooling, productieprocessen, kwaliteitsborging en uiteindelijk de overgang naar serieproductie.

De kosten van productontwikkeling zitten dus niet in één fase, maar in de samenhang tussen al deze stappen. Beslissingen die in een vroege fase worden genomen, beïnvloeden vrijwel altijd de kosten en risico’s in de fases die daarna volgen.

Waarom goedkoop starten later duur kan worden

Een lage ontwikkelprijs lijkt aantrekkelijk, zeker wanneer verschillende partijen een offerte uitbrengen voor hetzelfde productidee. Toch blijkt in de praktijk regelmatig dat goedkoop ontwikkelen uiteindelijk leidt tot hogere totale kosten. Dat gebeurt vooral wanneer er in de beginfase te weinig aandacht is voor maakbaarheid, materiaalkeuze, toleranties en productievoorbereiding.

Een ontwerp dat niet is geoptimaliseerd voor productie kan bijvoorbeeld uit meer onderdelen bestaan dan nodig is. Dat betekent extra assemblagetijd, meer kans op fouten en een hogere kostprijs per product. Ook kan een ontwerp technisch goed functioneren, maar lastig reproduceerbaar zijn in serieproductie. In dat geval ontstaan de kosten pas wanneer de stap naar productie wordt gezet.

Materiaalkeuze is een ander voorbeeld. Een goedkoper materiaal lijkt op het eerste gezicht aantrekkelijk, maar kan leiden tot langere cyclustijden, hogere uitval, beperkingen in assemblage of onvoldoende prestaties in de praktijk. Hetzelfde geldt voor toleranties. Onnodig strakke toleranties maken onderdelen duurder om te produceren, terwijl ze niet altijd functioneel noodzakelijk zijn.

Elke afzonderlijke keuze lijkt misschien klein. Samen bepalen ze jarenlang de kostprijs, kwaliteit en betrouwbaarheid van een product. Daarom kijken steeds meer organisaties niet alleen naar ontwikkelkosten, maar naar de totale kosten over de volledige levensduur van een product.

Hoe DFM, materiaalkeuze en prototyping kosten verlagen

Een belangrijk onderdeel van moderne productontwikkeling is Design for Manufacturing. Het uitgangspunt is dat een product niet alleen moet functioneren, maar ook efficiënt geproduceerd moet kunnen worden. Dat vraagt om ontwerpkeuzes waarin productie, assemblage, materiaalgedrag en schaalbaarheid vanaf het begin worden meegenomen.

DFM helpt om complexiteit te verminderen. Dat kan door het aantal onderdelen terug te brengen, bevestigingen slimmer op te lossen, toleranties realistischer te maken of een ontwerp beter af te stemmen op het gekozen productieproces. In kunststof productontwikkeling kan dit bijvoorbeeld betekenen dat wanddiktes, lossingshoeken, ribstructuren en materiaalstromen al vroeg worden meegenomen in het ontwerp.

Ook materiaalkeuze heeft grote invloed op de totale kosten. Het juiste materiaal is niet automatisch het goedkoopste materiaal per kilo, maar het materiaal dat technisch, productietechnisch en economisch het beste past bij de toepassing. Factoren als sterkte, stijfheid, temperatuurgedrag, slijtage, verwerking, duurzaamheid en beschikbaarheid spelen daarin allemaal een rol.

Prototyping maakt het mogelijk om aannames vroeg te toetsen. Een goed prototype is meer dan een visuele controle. Het laat zien of een product functioneert, hoe onderdelen samenwerken, hoe gebruikers ermee omgaan en waar technische of productietechnische risico’s zitten. Omdat prototypes relatief snel aangepast kunnen worden, zijn ze een effectief middel om grotere kosten later in het traject te voorkomen.

De waarde van prototyping zit daarmee niet alleen in het prototype zelf. De echte waarde zit in het inzicht dat ontstaat voordat investeringen in tooling, certificering of productiecapaciteit worden gedaan.

Wanneer bestaande producten goedkoper te optimaliseren zijn dan nieuwe producten ontwikkelen

Innovatie betekent niet altijd dat er een volledig nieuw product ontwikkeld moet worden. Veel bestaande producten zijn jaren geleden ontworpen op basis van de kennis, materialen en productietechnieken die op dat moment beschikbaar waren. Sindsdien zijn productieprocessen verbeterd, zijn nieuwe materialen beschikbaar gekomen en zijn eisen rondom duurzaamheid, circulariteit en kostenefficiëntie veranderd.

Daardoor kan het interessant zijn om een bestaand product opnieuw tegen het licht te houden. Kan het aantal onderdelen omlaag? Is assemblage eenvoudiger te maken? Kan een andere materiaalkeuze de kostprijs verlagen? Is het product geschikt te maken voor een efficiënter productieproces? Of zijn er ontwerpkeuzes die ooit logisch waren, maar vandaag niet meer de beste oplossing zijn?

In veel gevallen levert optimalisatie van een bestaand product meer op dan volledig opnieuw beginnen. De basis is er al, er is praktijkervaring beschikbaar en vaak is bekend waar de knelpunten zitten. Dat maakt het mogelijk om gerichter te verbeteren. Zeker bij producten die al in grotere volumes worden geproduceerd, kan een kleine verbetering in materiaalgebruik, assemblagetijd of uitvalpercentage een grote impact hebben.

De vraag is daarom niet alleen wat het kost om een nieuw product te ontwikkelen. Minstens zo relevant is de vraag hoeveel waarde nog verborgen zit in het product dat vandaag al wordt geproduceerd.

Hoe PEZY kosten beheersbaar maakt van concept tot pilotserie

Bij PEZY kijken we naar productontwikkeling als een proces waarin ontwikkelkosten, productiekosten en Total Cost of Ownership met elkaar verbonden zijn. Natuurlijk moeten ontwikkelkosten beheersbaar blijven. Maar minstens zo belangrijk is wat die investering oplevert tijdens de jaren waarin een product geproduceerd, geassembleerd, gebruikt en onderhouden wordt.

Daarom worden engineering, Design for Manufacturing, materiaalkeuze, prototyping en productievoorbereiding niet als losse stappen benaderd, maar als onderdelen van één samenhangend ontwikkelproces. Door al vroeg na te denken over maakbaarheid, materiaalgedrag en productievolumes kunnen ontwerpkeuzes beter worden onderbouwd voordat ze later in het traject kostbaar worden.

De combinatie van productontwikkeling, prototyping, tooling en pilotproductie maakt het mogelijk om aannames vroeg te valideren en waar nodig bij te sturen. Dat verkleint technische risico’s, voorkomt onnodige iteraties en zorgt ervoor dat producten niet alleen goed functioneren, maar ook efficiënt geproduceerd kunnen worden.

Uiteindelijk gaat productontwikkeling niet over het realiseren van de laagste ontwikkelkosten. Het gaat over het maken van de juiste keuzes op het juiste moment. Keuzes die ervoor zorgen dat een product beter produceerbaar, betrouwbaarder en kostenefficiënter wordt.

En die keuzes worden meestal aan het begin gemaakt.

Ontdek wat wij hebben ontwikkeld voor onze klanten

Deze website is beschermd door reCAPTCHA en de Google Privacy Policy en Terms of Service zijn van toepassing.

Lees ook: